Bezwaarsecretaris trekt zich terug

Okay. Hand in eigen boezem: ik zag het te laat. Vanmorgen bij de voorbereiding van mijn bewaarzaak zag ik pas dat de secretaris van de bezwaarcommissie mij iets had verzocht: of ik er bezwaar tegen had als hij weer zaken van mij ging behandelen.

De bewuste bewaarsecretaris en ik hebben een geschiedenis. Ik denk dat hij een stuk of vijf zaken van mij had behandeld toen bleek dat hij partijdig was. Hij had uit eigen beweging een gerechtelijke uitspraak gedeeld met ‘de verwerend ambtenaar’, mijn ‘counterpart’. De uitspraak was in mijn nadeel.

Ik heb toen een klacht ingediend. Die is behandeld door de klachtencoördinator van Haarlem (in plaats van de gemeentesecretaris). Zij vond dat de bewaarsecretaris niet buiten zijn boekje was gegaan.

Het was voor mij een onbegrijpelijke conclusie. En zo werd de ‘afgehandelde klacht’ in Haarlem een klacht bij de Nationale Ombudsman. Ik vergelijk de situatie met een griffier bij de rechtbank die uit eigen beweging jurisprudentie deelt met één van de partijen.

Ondertussen had ik een wob-verzoek ingediend om de e-mails van de bezwaarsecretaris in te zien. Ook daaruit bleek dat hij buiten het zicht van de bezwaarmaker zaak-inhoudelijke contacten onderhield met collega-ambtenaren.

Er waren reden om bezwaar te maken tegen de e-mail selectie van de bezwaarsecretaris. Dat werd gevoed toen een medewerker van Juridische Zaken verklaarde dat de bewaarsecretaris zelf de e-mails had geselecteerd.

Het was verbazingwekkend te zien dat de bewaarsecretaris mijn bezwaar tegen zijn selectie zelf wilde behandelen. Ik vond dat niet kunnen en stuurde vooraf een e-mail. Toch verscheen hij als secretaris op de zitting.

Mijn poging om de adviescommissie te wraken mislukte. Ze waren objectief genoeg, vonden de commissieleden zelf.

Ook nu diende ik een klacht in. Deze keer werd die -zoals het hoort- door de gemeentesecretaris behandeld. Voor de afloop maakte het niet uit. De gemeentesecretaris kwam tot dezelfde absurde conclusie als de klachtencoördinator. Volgens hem is er niets gebeurd wat niet door de beugel kan.

Omdat de gemeentesecretaris met zijn besluit in gaat tegen Haarlemse regelgeving én omdat de bezwaarclausule (bij de Nationale Ombudsman) ontbrak, heb ik de gemeentesecretaris om een nieuw besluit gevraagd. Dat was 22 juni jongstleden. Ik verwacht het antwoord na zijn vakantie.

Op mijn verzoek beloofde de afdeling Juridische Zaken dat deze bezwaarsecretaris geen zaken meer van mij zou behandelen, zolang mijn klacht nog in behandeling is (zie afbeelding). Toch zat hij er vanmorgen weer.

Mijn bezwaar tijdens de hoorzitting tegen zijn aanwezigheid leverde mij een -deels terechte- tik op de vingers op. Een commissielid liet zichtbaar geïrriteerd weten dat ze niet blij was met de gang van zaken. Of ik voortaan eerder aan de bel wilde trekken.

Ze had deels gelijk. Maar ze ging mij ook te snel voorbij aan het feit dat ik al veel eerder mijn bezwaar had geuit en er in de tussentijd niets veranderd was. Bovendien had ik ook niet expliciet ingestemd met het verzoek van de bewaarsecretaris om weer deel te mogen nemen aan besluitvorming bij mijn zaken.

Toen ik en de gemeente onze standpunten hadden uitgewisseld, vroeg de secretaris om een schorsing. Bij terugkomst in de Antichambre van het stadhuis bleek dat hij zich had teruggetrokken uit deze zaak.

Wordt vervolgd.

 

 


Als je mijn berichten waardeert, kun je hier helpen.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *